In de Grote Zaal in Kasteel Amerongen hangt een jeugdportret van Godard van Reede-Ginkel uit 1661: Godard is op dat moment 16 jaar oud en staat afgebeeld als een zelfbewuste jonge man. Een reis naar Spanje met zijn vader is waarschijnlijk de aanleiding geweest om dit portret van de jonge Godard te laten maken. Godard van Reede-Ginkel, heer van Amerongen en Middachten werd in 1702 veldmaarschalk en werd opperbevelhebber van alle Nederlandse troepen onder koning-stadhouder Willem III. Op portretten in Kasteel Amerongen zie je hem daarom afgebeeld als trotse veldheer..

Op missie naar Spanje
In 1660 krijgt Godard Adriaan van Reede de opdracht van de Staten-Generaal om op missie naar Spanje te gaan. De reis gaat naar het Hof in Madrid waar het gezelschap Filips IV feliciteert met het huwelijk van zijn dochter Maria Theresia met koning Lodewijk XIV. Met de gelukwensen als aanleiding zou het gezantschap zijn voornaamste doel willen bereiken: het hernieuwen van afspraken over een aantal staatszaken met Spanje. Joost van de Vondel schrijft een lofdicht over
Zijn zoon Godard van Reede-Ginkel gaat met zijn vader mee om ervaring op te doen en Spanje te leren kennen. Het was gebruikelijk dat een aantal jonge mannen, ook wel ‘gentilhommes’ genoemd, meegingen in het gevolg van een ambassadeur. Net als Godard waren deze jongemannen veelal afkomstig van welgestelde families.

Het Spaans Journaal
1660 moet een belangrijk jaar voor Godard van Reede-Ginkel zijn geweest. Hij was voor het eerst lange tijd ver van huis. Dit is te lezen in een verslag van Lodewijk Huygens, zoon van de diplomaat en hoveling Constantijn Huygens. Hij gaat ook mee vanwege zijn kennis van de Spaanse taal. Tijdens deze reis houdt Huygens een dagboek bij, ook wel bekend als het Spaans Journaal.

In het dagboek staat Huygens uitgebreid stil bij het afscheid van Margaretha Turnor en Godard op de kade van Hellevoetsluis. Hij omschrijft dit vertrek als "zeldzaam en vermakelijk". Godard stond namelijk tijdens het afscheid tussen zijn huilende moeder en zijn metgezellen. Huygens omschrijft de situatie als volgt: “Draaide hij zich naar de zijde van zijn moeder, dan huilde hij tranen met tuiten en op hetzelfde ogenblik dat hij zich naar ons keerde, begon hij minstens zo smakelijk te lachen. Hij deed dat iedere keer als hij zich van de een naar de andere wendde zonder dat hij zichzelf daarbij in de hand had. Als ik me goed herinner, heb ik dat nog nooit iemand zien doen”.

Het begin van deze grote reis was voor de zestienjarige Godard niet makkelijk maar hij sloeg zich er kranig doorheen en zo stond hij 296 dagen later als een trotse zelfbewuste man weer op de kade van Hellevoetsluis.