Bezoekers van Kasteel Amerongen krijgen in de winterperiode een kijkje achter de schermen van het museum.

Het doel daarvan is het laten zien aan de bezoeker op welke wijze het historisch interieurensemble in de winter in stand wordt gehouden en het geven van informatie over het wel en wee van de bewoners tijdens de wintermaanden. De route gaat langs de zolders die normaalgesproken niet open zijn voor het publiek.

Winter in de 17e en 18e eeuw

De familie Van Reede verbleef in de winterperiode veelal in Den Haag. Het was in de 17e en 18e eeuw gebruikelijk dat de kastelen/buitenhuizen vooral in de zomer werden bewoond, dit om uit de broeierige steden te ontsnappen en van het weer en de buitenlucht te genieten. In de winter trok men weer naar de steden, omdat de stadshuizen beter te verwarmen zijn en behaaglijker waren. De familie Van Reede woonde op de Kneuterdijk, niet ver van het Lange Voorhout. Aan deze prachtige laan verbleven de aangetrouwde families zoals de Van Tuyll van Serooskerken, Van Wassenaer van Duivenvoorde en Hope. Kortom het was the place to be voor de adel en de gefortuneerden in de winter. Uiteraard waren de Van Reedes zo nu en dan ook op Kasteel Amerongen te vinden. Pas aan het einde van negentiende eeuw wordt Kasteel Amerongen permanent bewoond. Kachels, dubbele deuren, buitenluiken, beklede tochtlatten, deurdrangers en tochtdeuren worden ingezet om het Huis met zijn hoge plafonds en grote ramen in de winter enigszins bewoonbaar te houden. Een groot deel van het huidige museale gebied werd in de winter niet gebruikt. We weten dat de Bibliotheek, Gobelinkamer en de Eetzaal wel werden gebruikt.

In 1885 koopt Godard graaf van Aldenburg Bentinck een aantal cokeskachels. Hij schrijft op 15 oktober 1885 aan zijn moeder dat het met de nieuwe kachels in de hal en de galerij niet echt warm wordt, maar het is voldoende voor een gang. Verder worden in de Eetzaal en in de woonkamer van Louise van Bylandt (echtgenote van Godard van Aldenburg Bentinck) (de huidige Von Ilsemannkamer) grote open kachels geïnstalleerd. In de loop der jaren worden er meer kachels aangeschaft. Zo schrijft Godard aan zijn moeder: “Das Haus ist dieses Jahr viel wärmer, ich wundere mich, dass wir andere Jahre immer so gefroren haben. Die Oefen habe ich schon erhalten.” Door de aanschaf van extra kachels wordt het huis in de volgende jaren in de winter steeds bewoonbaarder. Toch blijft het in sommige winters erg koud, bijvoorbeeld in februari 1895. Dan wordt de kamer van Louise niet warmer dan 10°C en haar kleedkamer 2°C. De grote Friese kachels in de hal, eetzaal en de galerij branden dag en nacht.

Uiteraard wordt er ook genoten van het winterse weer. In de Amerongsche Courant wordt regelmatig aandacht besteedt aan de ijspret op de grachten. Dan stelt de graaf zijn dichtgevroren grachten beschikbaar voor wedstrijden die georganiseerd worden door de in 1888 opgerichte Vereeniging IJsclub Amerongen.