Demonstraties, vlaggen en pamfletten in onzekere tijden

Onzekerheid, dreiging, machtsverhouding, vluchtelingen en demonstraties. 350 jaar geleden was het onrustig in Nederland. Ook in de niet bezette gebieden ging het mis en was de onrust voor iedereen voelbaar. De sfeer werd steeds grimmiger; de vele vluchtelingen zaten op straat, de bevolking ging demonstreren, pamfletten werden uitgedeeld en de vlag werd gebruikt om een standpunt duidelijk te maken.

Beeld: Collectie Stadsarchief Amsterdam.

De oorlog en de machtsomwenteling in de Republiek hadden ook grote invloed op de steden die achter de waterlinie zaten. Eén van die steden, die niet in bezet gebied lag was Amsterdam. Ook hier moest de bevolking omgaan met onzekerheid, dreiging, de machtsverhouding en met elkaar. Vergelijkbare taferelen speelden zich af in andere steden: in Gouda, Leiden en Delft. Zelfs in Dordrecht, de thuisbasis van de gebroeders De Witt, veranderde de stemming. In Dordrecht werd eind juni 1672 een oranje vlag uit een kerktoren gestoken met een witte vlag daaronder, waarop stond:

Oranje boven en Wit onder
Die ‘t anders meent, dien sla de donder.

De letterlijke betekenis was dat het over de kleur van de vlaggen ging, maar iedereen begreep dat de prins van Oranje en de gebroeders De Witt bedoeld werden.

In Amsterdam krioelde het van de vluchtelingen. Nadat Lodewijk op 12 juni de Rijn was overgestoken, waren velen naar het veilige Amsterdam gevlucht. Veilig, want Amsterdam had als één van de weinige steden zijn verdediging op orde. De stadsmuren waren in goede staat, er stonden drieduizend kanonnen op de wallen en de burgemeesters hadden zes extra schutterscompagnieën opgericht. Ook Margaretha was naar Amsterdam gevlucht. Zij schreef aan Godard Adriaan:

Het is ongelooflijk hoeveel mensen hierheen zijn gevlucht, men zou zeggen dat de stad hen onmogelijk allemaal kan bergen.

Gezinnen zaten met hun hele hebben en houden op straat. Maar was Amsterdam wel zo veilig? Net als in de andere steden zat de vijand ook van binnen. De mensen gingen de straat op en riepen dat het land verraden was en dat de regenten het verkocht hadden aan de Fransen. Weliswaar had Amsterdam de boel meer onder controle dan in andere steden, maar voor hoelang? De sfeer werd steeds grimmiger. Margaretha hoorde in haar huis aan de Nieuwe Herengracht de brullende meutes voorbij trekken.

Net als in de andere steden speelden pamfletten een belangrijke rol, werd er getwist over de stadssleutels en werden er regenten belaagd.

De waterlinie had de vijand weliswaar tot staan gebracht, maar de angst en woede bleven toenemen. De woede richtte zich vooral op de regenten. Zij leken niet veel te lijden te hebben gehad van de inval. Met name de regenten die op de hand van Johan de Witt waren, kregen het zwaar te verduren. Zij waren de grote verraders, de uitwassen van het kwaad. Het stadhuis was al verschillende malen bestormd en eenmaal zelfs kortstondig bezet geweest. De burgemeesters besloten ten einde raad prins Willem uit te nodigen voor een bezoek aan de stad. Officieel zeiden ze dat ze met hem wilden overleggen over de verdediging van de stad, maar het was volkomen duidelijk dat ze probeerden de banden met Willem aan te halen in een poging het volk te kalmeren en te laten zien dat ze aan de goede kant, d.w.z. de kant van de prins, stonden.

Op 12 augustus kwam Willem de stad Amsterdam binnen. Er volgden drie dagen van plechtigheden. Hij werd door uitzinnige menigten toegejuicht. Maar het volk was niet door zijn optreden tot bedaren gebracht, in tegendeel. Nu was het hek van de dam. Joelende menigten trokken over de grachten, de naam van de prins brullend en met Oranjevlaggen zwaaiend. Op 6 september werd zelfs het huis van de zeeheld, Michiel de Ruyter, belegerd omdat ook over hem kwade geruchten de ronde deden. Hij zou de vloot aan de vijand hebben verkocht!

Eind augustus dreigde er zelfs een omwenteling in de stad. Pamfletten kwamen in omloop waarop te lezen stond dat de positie van de gilden en de lagere standen versterkt moest worden ten opzichte van de burgemeesters. De Amsterdamse burgemeesters vroegen Willem om orde op zaken te komen stellen. Maar hij zei dat ze het beste het volk hun zin konden geven.

Op 28 augustus werd de prins door de Staten van Holland gemachtigd alle regenten te vervangen door eigen beschermelingen. Op 10 september werden tien leden van het vroedschap vervangen, voornamelijk mannen die bekend stonden als vrienden van Johan de Witt. Maar aan de wensen van het volk om de positie van de gilden en de schutters te verbeteren werd geen gehoor gegeven. Daar waren de regenten en Willem het over eens. Niet teveel macht aan het volk.